donderdag 23 april 2009

Geluiden uit het Zuiden


Ik zie die paniek in jullie ogen wanneer jullie deze pagina naar beneden scrollen… “Daar begin ik niet aan” hoor ik jullie denken (zèlfs tot in India!). Ik was me ervan bewust terwijl ik dit alles schreef, maar ik kon het gewoon niet laten…
Wat wil je ook? Een reis van de noordelijk gelegen hoofdstad, tot één van de meest zuidelijk gelegen plekjes van het land. Een afstand van bijna drieduizend kilometer, per trein en per bus, van noord naar zuid. Langs de westkust. Een boeiende trip, zo gevarieerd dat ze niet te vatten valt in enkele snel neergepende zinnetjes. Ik wou niet eens probéren er een korte samenvatting van te geven, het zou mijn reis, in al haar pracht en glorie, haar geuren en haar indrukken, haar warmte en haar diversiteit, alleen maar oneer aandoen.

En toch wou ik een poging wagen om jullie een inkijk te gunnen in mijn voorbije drie bloedmooie weken. Een verzameling van dagboekfragmenten moet dit mogelijk maken…

Sit back, relax en leef even met me mee…

[Mumbai, 29 maart, 19u21]
“Doorheen Colaba Market weer richting Arabische Zee. Klein sloppenwijkje, strandje met charmante, felgekleurde vissersbootjes en heel wat mensen –voornamelijk mannen natuurlijk- genietend van de kalmte langs het water. Ik zette me ertussen en genoot mee. Een aangenaam zeebriesje, muziek uit het kleine radiootje dat m’n buurman bij zich had, spelende kinderen, een minimum aan starende blikken... Al deze factoren konden mijn intense genot enkel maar versterken. Een nieuwsgierig klein meisje kwam me vergezellen. Haar naam was Renoli. Een jaar of zeven was ze. Samen namen we foto’s van elkaar, van onze handen, van de zee en van de bootjes. Veel zeiden we niet tegen elkaar, maar het was zonneklaar dat we ons beiden erg op ons gemak voelden. Een erg bijzonder en ‘echt’ moment was het. (...) Na al dat Europees ogende architecturaal schoon voelde ik me instant weer in India. Beetje thuis, dus... Het contrast met wat volgde kon haast niet groter zijn. Een bezoek aan het Taj Palace. Pracht, praal en weelde. In maximale hoeveelheid. Ik betrapte mezelf er op dat ik binnen dit gebouw gracieuzer begon te wandelen. Twee jonge meisjes in de toiletten. Wat moet hun leven ontzettend hard verschillen van Renoli’s leven. Aan hun glimlach zie je ’t momenteel niet, maar ik vraag me af hoe dat in de toekomst zal zijn. Wat jammer dat deze guitige meid haar kansen om haar talenten ten volle te ontplooien haast bij voorbaat al om zeep zijn. Hoe pijnlijk oneerlijk...”

[Agonda, Goa, 3 april, 22u16]
“Genietend van Australia’s famous Foster’s beer, ananas en processed Amul cheese (heerlijke combinatie!) keek ik naar de ondergaande zon en hoe ze reflecteerde op het dansende wateroppervlak van de Arabische Zee, terwijl voorbijvarende illegale vissersboten dit visueel prachtige, harmonieuze schouwspel compleet maken. Een goddelijke schoonheid. Geen wonder dat men hier gelooft in –wat was het ook weer?- zesentwintig miljoen goden, als je kijkt naar al dat moois dat hier gecreëerd is geweest...”

[Hampi, Kernataka, 6 april]
“Zelden zo verwonderd geweest bij het wakker worden. Hampi binnenrijden voelde eventjes aan alsof ik nog aan het dromen was. Eeuwenoude ruïnes, prachtige rotsformaties... Een fractie van een seconde lang leek het alsof ik nog niet zo goed wakker was. Diezelfde dag ontdekte ik daarbovenop nog eens de tropische bananenplantages, de rivier te midden van een schitterend landschap, de talloze knappe tempels, het Royal Centre en de adembenemende vergezichten vanop de Matanga Hill, bij zonsondergang. Een verwennerij, een absolute verwennerij... Die zonsondergang... Een korte, maar krachtige klim naar de top van de Hill werd beloond met een werkelijk schitterend uitzicht. Hampi en haar wijde omgeving onder de avondzon, haast betoverend mooi. Zoveel schoonheid in één oogopslag. Moeilijk te vatten. Geviseerd door apen –of dat beeldde ik me toch in- nestelde ik me op de heuveltop. Erg gemakkelijk voelde ik me niet. Toen ik het gevoel kreeg dat ze mijn gezelschap eindelijk aanvaard hadden, kon ik me pas helemaal ontspannen. En genoot ik ten volle. (...) Een hoogtepunt van deze reis. Zonder de minste twijfel.”

[Mysore, Kernataka, 8 april, 12u42]
“08/04, 12u42. M’n sev dahi potato puri is net op. Voor me zit een man te slurpen aan zijn hete chai. Hij draagt een wit hemd. De man naast hem draagt ook een wit hemd en die daarnaast ook. En de drie mannen achter hen –van wie ik enkel hun ruggen en hun grijze haren zien kan- dragen ook allemaal een wit hemd. De rekening wordt geserveerd op een bedje van anijs. Eenendertig roepies, voor een lassi en een “s. dh. pt. puri”. Geen klachten, ik ben een tevreden klant.
Een gele sari, een rode salwaar kameez. Een man met een blauw hemd naast me (dat kan dan toch, blijkbaar). Twee grijzende, gebrilde mannen tegenover elkaar. En iedereen op zijn gemak. Ik ook. Ik ga het paleis verkennen...”

[Munnar, Kerala, 10 april]
“Munnar. Dag één. Nooit zoveel christelijke kerken gezien als in Kerala, de ene al kleurrijker en meer kitsch dan de andere. Ook in Munnar is er een grote gemeenschap van christenen. De mensen van de kerk gingen die dag, het was Goede Vrijdag, de heuvel op. Nu ja, één van de vele heuvels die Munnar rijk is. Die met ’t kruis op de top. De processie ging voor ons (Alex, Dani, Sam en ik) net iets te traag en we besloten op eigen houtje de heuvel te beklimmen. Een mooie wandeling bracht ons naar de top, vanwaar we onze tocht voortzetten naar de volgende top. Ook met ’n kruis op, maar dan wel een stukje hoger. Een stevige klim –waarbij ik even dacht aan opgeven- bleek meer dan de moeite te zijn. Schitterende vergezichten over heuvels, theeplantages en meer moois. Paaseitjes als beloning. De wandeling naar beneden bracht ons doorheen theeplantages, ‘gesprekjes’ met lokale bevolking, weer adembenemende landschappen,... Regen was niet te vermijden en noodgedwongen moest onze tocht ingekort worden. Een stijle tocht neerwaarts volgde, waarbij theegewassen onze enige houvast waren om onze grip op de losse aarde niet te verliezen en pijnlijk naar beneden te sukkelen. (...) Heelhuids, doch kletsnat kwamen we beneden aan, waar we schuilden onder een afdakje tot het weer wat droger werd. Een potato en beans curry volgden, in het gezelschap van weer die héérlijke Zuid-Indische porota’s en een muntthee.”

[Munnar-Kottayam, Kerala, 12 april]
“De weg van Munnar naar Kottayam, weer zo’n pareltje... Tijdens de heenreis van Kochi naar Munnar was het reeds donker toen we onze eindbestemming naderden, maar op die bewuste ochtend van 12 april kreeg ik de ware schoonheid van de vallei en haar omringende heuvels te zien… Doorheen de grote voorruit van de bus en aan mijn linkerzijde zag ik weelderige theeplantages, exotische bananenplantages, vruchtbare heuvels en nog meer groen. Veel gedroomd tijdens deze vier uur durende rit. Ik voelde me oprecht gelukkig: ik en m’n gedachten, temidden van een prachtig landschap in een land dat me erg nauw aan het hart ligt. Enkele olifanten onderweg toverden een instant glimlach op mijn gelaat. En dat het landschap me bij momenten aan Nepal deed denken (die rivier met grote stenen en wassende vrouwen!), maakte de gelukzaligheid er niet minder op. Een paaszondagstoet. Haast alle mannen in lungi’s. Even later ontzetting over een man met verschrikkelijk magere benen… Maar één gedachte blijft voortdurend aanwezig: ik heb een nieuwe liefde gevonden en ze heet Zuid-India. Misschien komt er ooit de mogelijkheid om deze liefde uitgebreider te ontdekken en te beleven, maar voorlopig ben ik al blij met deze korte kennismaking, die toch de kans had om uit te monden in een prille liefde…”

[Alleppey-Kollam, Kerala, 12 april]
“Ik denk weer even aan een moment op de boot van Alleppey naar Kollam. Kinderen schreeuwen voortdurend “one pen, one pen” van op de oevers naar de boot. Het lijkt wel een typisch stukje Indische cultuur, “experience the real India”. Ofzoiets... Ik vroeg me altijd al af hoe een pen zoiets belangrijks kan zijn in hun leven. Het zegt wel iets over hoe ze het thuis hebben… Het belang dat aan die pen gehecht wordt, werd duidelijker tijdens de boottocht. “One pen” is niet zomaar een soort slagzinnetje dat de kinderen van elkaar oppikken en gewoon reproduceren (niet dat ik dat ooit dacht), maar ’t is menens.
Een koppel had een hele zak vol stylo’s met zich mee. Eerst gepoogd enkele stylo’s te gooien naar een jongen langs de kant van het water. Die blik op zijn gezicht toen hij besefte dat er mogelijk wel gehoor zou gegeven worden aan zijn –wellicht dagdagelijkse- verzoek naar een pen... Alsof iemand ‘m een klomp goud zou gooien en hij die enkel zou mogen hebben indien hij ze vangen kon... Lopen dat hij deed! Later nog eens bij een meisje. Ook zij... Lopen, lopen! Terwijl de kerel op zoek ging naar een pen. De afstand tussen zender en bestemmeling bleek net iets te groot en de pen belandde ergens in een drassige zone tussen water en oever. Wij zouden het hier wellicht al opgeven, maar zij mòèst die pen hebben. Terwijl onze boot steeds verder van het zoekende meisje verwijderd werd, kon ik mijn ogen niet afhouden van deze haast tragische situatie. Eerst haar ‘excitement’ om de mogelijkheid dat ze een pen zou ontvangen, de adrenaline door haar lijf terwijl ze in looppas de boot bleef volgen en dan de teleurstelling in haar ogen toen de pen ergens neerkwam zonder dat ze precies kon zien waar. Ik zag haar nog lang zoeken. Een vrouw –ik vermoed haar moeder- schoot zelfs ter hulp. En dat allemaal voor een pen... Een blikopener, tussen al die romantisch-charmante schoonheid van de backwaters...”

[Kallaballam, Kerala, 13 april]
“Wachtend op de bus van Kallaballam naar Varkala, bedacht ik me dat reizen in India soms net een spel is, alsof je je in een pretpark bevindt... Je moet van de ene plek naar de andere zien te geraken, dikwijls met vallen en opstaan... Eenmaal ter plaatse ontspan je je en geniet je van wat het pretpark je te bieden heeft, onder de noemer ‘couleur locale’. Moest je ooit iets nodig hebben of de weg kwijt zijn, vraag je ’t aan een lokale man of vrouw. Met een beetje pech zet-ie je op een dwaalspoor, maar dan moet je even avontuurlijk en creatief zijn. Misschien kom je daardoor wel iets verrassend tegen, iets dat jouw reis uniek maakt, of leer je een stukje van jezelf beter kennen... Dat maakt allemaal deel uit van het spel. Je hebt de vrijheid om je route zelf uit te stippelen, je eigen accenten te leggen en af en toe eens van het halvelings voor jou uitgestippelde pad af te wijken. Teleurstellingen kunnen voorvallen, evenals momenten van eenzaamheid of twijfel. Maar evenzeer –en zelfs veel vaker- zijn er momenten van gelukzaligheid, complete tevredenheid met een situatie, met een moment... Wat er ook gebeurt, hoe je je pad ook uitstippelt en hoe je er ook van mag afwijken, hoe je ook geconfronteerd kan worden met allerhande problemen en uitdagingen, je komt altijd weer terecht. Met af en toe een klein obstakel –dat deel uitmaakt van het spel, en je zou eerlijkheidshalve niet zonder die kleine obstakels kunnen, zij maken je reis nu eenmaal voor een groot deel- geraak je er weer, en ga je verder, rijker en rijper... En wat er ook gebeurt, vergeet niet te genieten van de couleur locale rondom je. En oh ja, dikwijls kom je ook andere ploegjes tegen die deelnemen aan het spel, al dan niet hetzelfde pad volgend. En uiteindelijk is iedereen winnende partij. Iedereen die je pad kruist, zal uiteindelijk rijker huiswaarts keren, met een schoot vol verhalen en ervaringen...
Walgelijk, dit dwaalspoor van me. Alsof bedelende kinderen en leprapatiënten gewoon personages zijn in een groot pretpark. Alsof jijzelf centraal staat en alles in het teken staat van jouw persoonlijke ervaring. En alsof er geen gevaren aan verbonden zijn...
Deze gedachte sprong me gewoon te binnen toen ik me realiseerde hoe makkelijk deze reis al voor me was, en hoe ontzettend veilig ik me overal voelde. En als er ergens iets misging ‘along the road’, wist ik steeds met volle overtuiging dat het goed zou komen, en dat het uiteindelijk gewoon deel zou gaan uitmaken van mijn totaalervaring... Maar goed, de realiteit is anders, en dat besef ik ten volle. Te veel tijd om na te denken misschien?”


[Cochin, Kerala, 18 april]
“In Cochin stond de lokale keuken centraal voor me. Bij aankomst smulde ik meteen van een heerlijke Zuid-Indische thali voor dertig roepies. Die avond een masala dosa voor achttien roepies. De dag erna begon goed met upma, een soort pap gemaakt van rava. Diezelfde dag Fort Cochin wat beter leren kennen. De gezellige straatjes en charmante, soms zelfs mediterraans ogende huisjes, de St. Francis Church (waar Vasco Da Gama ooit begraven is geweest, voor men zijn lichaam –of eerder de restanten daarvan- overbracht naar Lissabon), de weer zo vriendelijke mensen, het rijke koloniale verleden (o.a. merkbaar in het Dutch Palace), de fotogenieke joodse wijk, de rust... Het kon me allemaal wel bekoren. Ik maakte er een heuse verwendag van door te gaan zwemmen in een duur hotel in het gezelschap van een piña colada mocktail en door mezelf te trakteren op een ayurvedische lichaamsmassage (soms door twee masseuses tegelijk!), gezichtsmassage en warme olie op mijn voorhoofd. Dat moest helpen tegen slapeloosheid en oh ja… ik sliep als een roosje die nacht. (...) Die avond at ik een smakende thali bij ‘mijn’ familie, want zo voelde het inmiddels al. De meisjes, Anna en Maria, zes en zeven jaar, voelden zich steeds meer op hun gemak bij me. Dat werd meer dan duidelijk toen ze haast een uur lang in mijn haren zaten te prutsen... Ik voelde me gelukkig, op m’n gemak en zelfs een beetje ‘thuis’.”

[Delhi, 19 april]
“Ik bedacht me dat ik de vraag zal krijgen naar welke van mijn twee reizen in India het beste was. En ik besloot dat het onmogelijk is om hierop een antwoord te geven. Op de vraag welke van deze twee reizen de beste beslissing was, is het antwoord zonneklaar. Het lijkt wel of zoveel goede, zelfs fantastische dingen die de laatste maanden gebeurd zijn, direct of indirect het gevolg zijn van mijn eerste reis in India. Meer nog, het lijkt niet enkel zo, het is gewoon een feit. Het begon met een kleine fractie van innerlijke rust, leidde tot een reis naar nieuwe liefde Australië en zorgde ervoor dat deze stage en reis door Zuid-India mogelijk werden. Alle plannen, ideeën, inspiratiebronnen enzovoort die tijdens deze reis tot mij gekomen zijn, zijn bijgevolg ook het gevolg van die zotte beslissing van negenhonderd euro neer te tellen voor een ticket naar India. Een beslissing die nu in de verste verte niet zot meer lijkt... Het was gewoon de meest juiste keuze die ik op dat moment maken kon, in precies de juiste periode van mijn leven.
(...)
Mijn eerste reis was trouwens ook meer een ‘reis’, er zat een psychologisch kantje aan. Een zoektocht op micro-schaal. Deze laatste reis was meer vakantie, het was makkelijker. Natuurlijk deels omdat ik India al wat ken... En omdat het Zuiden een pak meer relaxed is. Het was te kort om intens en moeilijk te kunnen zijn, ik verlang naar meer... Meer uitdaging, meer confrontatie. Volgend jaar naar Zuid-Oost-Azië lijkt me meer dan ideaal...”


De weinige lezers die nog niet afhaakten en dus tot hier geraakt zijn, merkten dat het fantastisch is geweest, en dat mijn hele (lichtjes gebronzeerde op sommige stukken) lijf momenteel is volgepompt met niets dan vreugde… En worden daarmede op geheel vreugdevolle wijze beloond met een dikke zoen en hopen liefs. De aanhouder wint, nietwaar…

Jullie vriendin/(klein)dochter/zus/nichtje/gewenste levenspartner (haha, iemand?),

annelies

4 opmerkingen:

Marie zei

Geweldig goed geschreven, vrouwtje!

Lisette Maes zei

Hallo Annelies,

Weer meer dan fijn iets van je te zien verschijnen :
prachtig, mooi, meisje.
Veel liefs.
Ma

Anoniem zei

OH WAT IS HET TOCH LEKKER GENIETEN
IN ONS EIGEN LAND !

Anoniem zei

Dag Annelies,

Mooie liedjes blijven niet duren...
Blijkbaar zal je rond eind MEI terug
thuiszijn. Jouw mama en de rest van de familie kijken zonder twijfel reeds uit naar die dag.
Wij wensen jou alleszins een behouden
thuisreis toe !
groetjes,
N.J.& T.K.